Een kroon van goedheid
Vandaag is Dankdag voor Gewas en Arbeid. Een oude protestantse traditie. Eerste woensdag van november. Mensen komen samen om dank te zeggen voor de oogst en voor het werk van hun handen.
Psalm 65 is daar een lied bij. De dichter kijkt naar het land. Het graan staat op de akker. De velden glanzen. De heuvels zien er uit alsof ze zingen. En hij roept: U kroont het jaar met uw goedheid.
Dat is een mooi beeld. Een kroon zet je op het hoofd als iets af is. Als een koning is ingehuldigd. Als een bruid gaat trouwen. De psalmist zegt: zo eindigt God het jaar. Met een kroon. Een teken dat er iets gelukt is.
November lijkt misschien geen kroonmaand. De akkers zijn leeg. De bladeren vallen. Maar juist dan wordt zichtbaar wat er was. De schuren staan vol. Het brood ligt op tafel. Je hebt werk mogen doen. Mensen hebben voor je gezorgd. Iemand heeft het land geploegd, gezaaid, geoogst.
En achter al dat mensenwerk staat er Iemand die de regen geeft. Die de wind stuurt. Die het zaad laat groeien terwijl jij slaapt.
Vandaag mag je danken. Hardop of in stilte. Voor wat groeide. Voor wat lukte. Voor brood en werk en zegen die je niet zelf hebt kunnen maken.