Maak van mij iets nieuws
David is op zijn slechtst als hij deze psalm schrijft. Hij heeft overspel gepleegd. Hij heeft een onschuldige man laten doden om het te verbergen. Hij heeft gelogen tegen zichzelf, tegen anderen, tegen God. Nu is de waarheid uit en David zit gebroken op zijn kamer.
Wat doet hij dan? Hij gebruikt een heel bijzonder woord. Schep. Het is hetzelfde woord dat in Genesis 1 staat. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ Dat woord is gereserveerd voor God. Mensen maken, kneden, bouwen. Maar scheppen, dat is iets wat alleen God doet. Iets uit niets halen.
David weet dat hij zichzelf niet meer kan repareren. Hij heeft geen stukken over om aan elkaar te lijmen. Hij vraagt niet om een schoonmaakbeurt. Hij vraagt om een nieuw hart. Geschapen. Uit niets.
Dat is een eerlijk gebed. En God luistert ernaar. Niet omdat David zo goed was, maar juist omdat hij zo eerlijk werd.
Misschien herken je dat gevoel. Dat je niet meer weet hoe je jezelf moet oppoetsen. Dat je te vaak hetzelfde hebt geprobeerd. Vandaag mag je het gebed van David lenen. Niet opnieuw proberen. Vragen om iets nieuws. God kan dat. Hij heeft werelden uit het niets gemaakt. Een nieuw hart is Hem zeker niet te zwaar.